Een ontwikkelaar laat me trots zijn nieuwste creatie zien. In drie weken bouwde hij een AI-agent die rapporten samenvoegt uit vier interne systemen. De demo werkt vlekkeloos. Het management is onder de indruk. Drie maanden later staat dezelfde agent in productie en escaleert er een ticket: de cijfers in de wekelijkse boardmeeting kloppen niet meer. Niemand kan reproduceren waar de agent zijn data vandaan haalt. De ontwikkelaar legt eerlijk uit: “Ik heb dat stuk volledig door Copilot laten genereren. Het werkte, dus ik heb het zo gelaten.”
Een verhaal als dit gaat zelden over een slechte engineer. Het gaat over een industrie die in razend tempo verandert, en over de vraag hoe je daar als organisatie op antwoordt.
Dit is het vijfde artikel in onze reeks over data en AI. In de vorige delen keken we naar AI-wildgroei in organisaties, Power Platform als brug naar gecontroleerde AI-integratie, het datafundament met Microsoft Fabric en grounded AI als architecturele aanpak. Telkens stond de technologie centraal. Deze keer kijken we naar de mensen die ermee werken. Want zonder de juiste mindset blijft elke technische investering een experiment dat ooit ontspoort.
De vibe-coded agent uit ons eerste artikel is niet zomaar een voetnoot. Hij is symptomatisch voor een fundamentele verschuiving in hoe software vandaag ontstaat, en hoe ze morgen onderhouden moet worden.
:focal())

